Diverse bevoegdheden in België
Voorstelling van het Belgisch systeem van publiek toezicht op de bedrijfsrevisoren
Artikel 32, § 4 van de richtlijn 2006/43/EG inzake de wettelijke rekeningcontrole legt elke lidstaat op om een stelsel van publiek toezicht te organiseren met de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op :
a) de toelating en registerinschrijving van wettelijke auditors en auditkantoren;
b) de goedkeuring van normen op het gebied van beroepsethiek en interne kwaliteitsbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden;
c) de permanente scholing, kwaliteitsborging en onderzoeks- en tuchtregelingen.
Hieruit vloeit voort dat de opdrachten van het stelsel van publiek toezicht van elke Lidstaat betrekking hebben op :
- enerzijds algemene aspecten van het beroep van auditor : eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op de goedkeuring van normen inzake beroepsethiek en interne kwaliteitsbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden en,
- anderzijds individuele aspecten van de auditor : eindverantwoordelijkheid
- voor het toezicht op de toelating en registerinschrijving van wettelijke auditors en auditkantoren maar eveneens
- voor de permanente scholing, kwaliteitsborging, onderzoeksregelingen en
- voor het tuchtsysteem.
Entiteiten die deel uitmaken van het systeem van publiek toezicht
In het kader van de omzetting in Belgisch recht van de voorschriften uit artikel 32 van de richtlijn 2006/43/EG inzake de wettelijke rekeningcontrole, heeft de wetgever gekozen voor een “systeem” van publiek toezicht, bestaande uit diverse organen die elk op hun beurt een deel van deze eindverantwoordelijkheid inzake publiek toezicht op zich nemen. Uit artikel 43, § 1 van de wet van 22 juli 1953 houdende oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor (hierna de wet van 22 juli 1953) vloeit inderdaad voort dat "het systeem van publiek toezicht, waarop de eindverantwoordelijkheid van het toezicht rust, is samengesteld uit:
- de Minister die bevoegd is voor Economie,
- de Procureur-generaal,
- de Kamer van verwijzing en instaatstelling,
- de Hoge Raad voor de Economische Beroepen,
- het Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris en
- de tuchtinstanties."
| Uittreksel van het artikel 32 van de richtlijn 2006/43/EG inzake de wettelijke rekeningcontrole | Omzetting in Belgisch recht
|
| 4. Op het stelsel van publiek toezicht rust de eindverantwoordelijkheid voor het toezicht op: | |
| a) de toelating en registerinschrijving van wettelijke auditors en auditkantoren; en | De Procureur-generaal kan beroep aantekenen tegen elke beslissing van de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren inzake het bijhouden van het openbaar register. |
| b) de goedkeuring van normen op het gebied van beroepsethiek en interne kwaliteitbeheersing van auditkantoren, alsook van controlestandaarden; en | De Hoge Raad voor de Economische Beroepen is belast met de goedkeuring van de normen en aanbevelingen voorgesteld door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren. Deze goedkeuring wordt gevolgd door een goedkeuring van de Minister van Economie. De goedkeuring van deze normen en aanbevelingen zal het voorwerp uitmaken van een bericht dat gepubliceerd wordt in het Belgisch Staatsblad.
De adviezen, omzendbrieven en mededelingen dienen te worden overgemaakt aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen tegelijkertijd met de overmaking aan de bedrijfsrevisoren. De Hoge Raad zal belast worden met een onderzoek a posteriori. |
| c) permanente scholing, kwaliteitsborging en onderzoeks- en tuchtregelingen. | De Kamer van verwijzing en instaatstelling is belast met het toezicht op de permanente vorming (via de kwaliteitscontrole), op de kwaliteitscontrole en op het onderzoekssysteem (toezicht).
De tuchtinstanties (Tuchtcommissie en Commissie van Beroep) zijn ermee belast om tuchtsancties uit te spreken. |
Daarnaast maakt tevens het
Advies- en controlecomité op de onafhankelijkheid van de commissaris, opgericht door de Belgische wetgever in 2003, deel uit van het Belgisch systeem van toezicht. Dit orgaan is belast met twee soorten opdrachten :
- het verlenen van een afwijking, op verzoek van een bedrijfsrevisor, op het algemeen principe uit het Wetboek van vennootschappen inzake de “one to one”-regel, waardoor de activiteiten die een bedrijfsrevisor of een bedrijfsrevisorenkantoor (en zijn netwerk) mag uitvoeren, beperkt worden ingeval hij met een opdracht van wettelijke controle is belast (artikel 133, § 10 van het Wetboek van vennootschappen);
- het verlenen van een afwijking, ingeval de Raad van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren dit voorstelt, teneinde een bedrijfsrevisor toe te laten om een functie van bediende (anders dan bij een andere bedrijfsrevisor of een ander bedrijfsrevisorenkantoor) of om een handelsactiviteit (rechtstreeks of onrechtstreeks) uit te oefenen, zoals bijvoorbeeld de hoedanigheid van bestuurder van een handelsvennootschap (artikel 13, § 3 van de wet van 1953).
Deze twee soorten opdrachten zijn, hoewel niet rechtstreeks bedoeld door de richtlijn 2006/43/EG inzake de wettelijke rekeningcontrole, in België georganiseerd met het oog op het verstrekken van de nodige garanties inzake de naleving van de onafhankelijkheidsregels in hoofde van de wettelijke auditors, zowel de natuurlijke personen als de bedrijfsrevisorenkantoren.